Circusplaneet vzw - Drongensesteenweg 146, 9000 Gent info@circusplaneet.be - 0032 9 228 92 72

Voor de liefhebber van het Gentse patrimonium kan u hieronder een analyse en waardebepaling van de Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Koningin van de Vrede terugvinden. Deze is gebaseerd op de METHODOLOGIE THOMAS COOMANS "Kerken in neostijlen in Vlaanderen. Ontwikkeling en implementatie van een methodologie voor bescherming en de monumentenzorg van het negentiende-eeuwse kerkelijk architecturaal patrimonium in Vlaanderen, 2003."

 

Architectuur

  • Aard: gebouwd in de sociale woonwijk ‘Malem’

  • Stijl: lichte neoromaanse stijl met integratie van elementen uit de landelijke stijl (Cfr. Stella Mariskerk (ID: 79961)

  • Begindatum: 1 maart 1955 (eerste steen)

  • Einddatum: 31 mei 1957 (inwijding)

  • Architectuurtype: eenbeukige kerk met weinig uitspringend transept

  • Torentype: Conisch gebouwde hoektoren met rondbogige galmgaten en puntdak met schaliëndak

Informatiefiche

Naam: Onze-Lieve-Vrouw Koningin van de Vrede

Typologie: parochiekerk

Onroerend erfgoed: geen

Beschermingen: geen

Datering:1955

Stijl: Neoromaans

Plaatsbezoek: 24/09/2013

Type

De kerk telt vijf traveeën. De koorafsluiting is polygonaal. Het transept eindigt aan beide zijden in een puntgevel, een groot rond venster boven en aaneengeschakelde rondboogvensters onderaan.

 

Het schip en transept en koor hebben afzonderlijke zadeldaken met pannen. Aan beide zijden van het schip zitten aaneengeschakelde hoge rondboogvensters.

 

De voorgevel is een puntgevel. Het portaal is licht uitspringend onder gedrukte rondboog. Boven de toegangsdeur bevindt zich een groot rond venster, de geveltop heeft een sober kruis als versiering

Structuur

De indeling refereert aan het klassieke driebeukige patroon door het aanbrengen van een wandelgang onder gedrukte rondbogen.

Het koor heeft een ronde absis. Het marmeren hoofdaltaar staat iets hoger, op een marmeren trappenpartij. Onderaan de trappen staat houten altaar dat naar de gelovigen gericht is.

Het oksaal is rechthoekig en wordt gedragen door gedrukte rondbogen.

Materiaal

Voor een precieze beschrijving van de materialen: lastenboek DZD, Stadarchief, reeks XV, nr

 

De kerk bestaat hoofdzakelijk uit baksteen en natuursteen De gevelplint bestaat uit breuksteen van grijze grès Blauwe hardsteen voor de treden en dorpels

 

Tekst op de bouwplannen: Dakbedekking:

  • Hoofdkap; beaucourpannen: engobe – zwart

  • Torenkap en dakvensters: platte pannen engobe – zwart

  • Gevels: Scheldesteen: ivoorkleurig gecementeerd

  • Omlijstingen: witte kunststeen

  • Plint: grijze grès in afwisselende steenlagen

Architect

Gerardus –Joseph Van Offeren werd geboren op 17 september 1903 te De Bilt in Nederland. Hij studeerde af als architect in Utrecht . Hij liep stage bij de architect Bressers in de Hoogstraat. Hij richtte een eigen bureau op in de jaren twintig van de vorige. Ten tijde van de bouw van de kerk van Malem was zijn bureau gevestigd in de Tuiwijklaan nr 27.

Hij overleed in 1965.

Interieur en meubilair

Kunstenaars

  • A.& F. AmantP. VerswijverE. Vandenhoute

  • Bradi Barth (schilder) in 1922 geboren in Sankt-Gallen (Zwitserland).
    Zij was de derde in een familie van vier kinderen. Ze bracht haar jeugd door in Chur waar haar vader chirurg was. Haar moeder hield zich bezig met de opvoeding van de kinderen en de zorg voor haar echtgenoot in het gezin.

    Vanaf zeer jonge leeftijd, had Bradi een bijzondere aandacht voor de schilderkunst. Na haar humaniora, heeft ze nochtans eerst een cursus gevolgd voor kleuterleidster en nadien , op het einde van de oorlog in 1945, heeft ze het diploma van onderwijzeres behaald.

    Met deze diploma’s in haar bezit, heeft ze het jaar daarop (in 1946) haar studies aangevat in Gent (België) aan de “Kunstakademie” . Deze studies werden bekroond met het bekomen van een gouden medaille. Zij heeft toen beslist zich definitief te vestigen in België. Ze is steeds ongehuwd gebleven ten einde zich volledig aan de kunst te kunnen wijden. Haar werk maakte en maakt nog altijd deel uit van vele tentoonstellingen in Europa en in de Verenigde Staten van Amerika. Op dit ogenblik zijn haar werken hoofdzakelijk in het bezit van privé-collecties.

    Gedurende de laatste 20 jaar van haar loopbaan, heeft Bradi zich bijna uitsluitend gegeven aan de religieuze kunst omdat zij ervan overtuigd was dat haar artistieke gaven, een gave van God was. Tengevolge van haar diepe aanhankelijkheid aan de Zwarte Lieve Vrouw van Einsiedeln vindt men zo vaak de Moeder van God als onderwerp van haar kunstwerken. Haar schilderijen die het Magnificat en de Rozenkrans uitbeelden behoren zeker tot haar meest bekende werken. Aan dit oeuvre kunnen we zeker de reeks “Rex tuus venit” toevoegen , dat het leven van Jezus uitbeeldt vanaf zijn blijde intocht in Jeruzalem tot zijn ontmoeting met de Leerlingen van Emmaüs. Het toppunt van creativiteit in haar kunstwerken is wellicht bereikt met haar “Kruisweg”. Deze 14 staties die de Passie van Christus beschrijven kunnen gezien worden in een kerk nabij Reikjavik in IJsland, waar ze de gelovigen begeleiden in hun gebeden.

    Bradi heeft tot haar dood op 2 october 2007 in België geleefd. De laatste jaren, leefde ze teruggetrokken en ietwat geisoleerd van het publiek. Zij is dan ook opgehouden met schilderen omdat haar gezondheidstoestand het niet meer toeliet. Ze maakte echter één uitzondering door de 15de statie van de Kruisweg te schilderen : de “Verrijzenis”. Ze schilderde dit werk op vraag van de organisatie “Kerk in Nood”. Ze voelde zich nauw verbonden met de geest van dit evangelisch-sociaal werk.

    De schilderkunst van Bradi heeft een wereldwijde vermaardheid. Zij beoordeelde nooit haar schilderijen want die taak liet ze over aan haar of hem die haar werk bekeek.http://www.bradi-barth.org/

  • Aard: in een nieuwe wijk

  • Locatie: alleenstaand

  • Oriëntatie: niet geörienteerd

  • Staat kerkhof: geen

  • Bodemarchief: geen info

  • Bijhorend: behoort tot de wijk Malem






     

  • Historische context

De kerk werd opgericht als annexe kerk van de parochie Sint-Jan Baptist. In 1953 bouwde men een 500-tal woningen die plaats boden voor 2000 nieuwe inwoners. De Sint-Jan Baptistkerk is op een kwartier wandelafstand wat als te ver gold voor de dichtstbijzijnde parochiekerk. De Sint-Jan Baptist kerk was bovendien te klein om een dergelijke aangroei van de bevolking te kunnen opvangen.

 

De woningbouw op het eiland Malem past in het kader van de naoorlogse wederopbouw en de woningennood. In 1948 onder burgemeester Claeys werd een BPA opgemaakt voor de urbanisatie van het eiland Malem dat tot dan toe een uitgestrekte zandvlakte was, omringd door twee Leiearmen. Om deze vlakte te ontsluiten werden vier dammen opgeworpen in de Leiearm van Drongen waarover nieuwe toegangswegen werden aangelegd. Op de nieuwe bouwgronden plande het stadsbestuur de bouw van een sociale woonwijk ter nagedachtenis van de Gentse slachtoffers van beide wereldoorlogen. Centraal werd een pleintje voorzien waarrond de Stad Gent langs drie zijden een complex bouwde met tezamen 64 woongelegenheden, verspreid over drie verdiepingen. Het gelijkvloers van de gebouwen was voorbehouden voor handelszaken. De andere woningen van het eiland Malem werden gebouwd door de huisvestingsmaatschappijen maar wel volgens een inplantingsplan van de Stad Gent die hen ook de grond verkocht. Volkshaard , De Gentse Haard, De Goede Werkmanswoning en de Gentse Maatschappij voor Goedkope woningen bouwden er samen 345 eengezinswoningen en 73 appartementen.

 

De hele wijk is overduidelijk een voorbeeld van de ideeën die in de naoorlogse periode werden verdedigd door de christendemocraten. Hoewel door de dure funderingssystemen, verscheidene bouwlagen wellicht meer verdedigbaar waren geweest, koos het stadsbestuur toch in de eerste plaats voor eengezinswoningen binnen een stedenbouwkundige aanleg die sterk deed denken aan de Belgische interpretatie van de tuinwijken in de jaren twintig van de twintigste eeuw.

 

‘Elementen die daarop duiden zijn, de geïsoleerde houding ligging, de sterke begrenzing van de wijk door de niet-gedempte Leiearmen, de hiërarchie in de wegenaanleg, de vorming van een fysische centrum voor de meergezinswoningen, het sociale uitrustingsapparaat bestaand uit scholen, kerk en winkels, de gemeenschappelijke groenvoorzieningen en speelplein, de voortuintjes , de ontsluiting van de achtertuinen door middel van wandelpaden… Ondanks het feit dat de vier maatschappijen ieder een andere architect aanduidden voor de realisatie van hun woningen, vertoont de wijk toch een sterk eenheidsbeeld door de consequent toegepaste contrasterende witte gevels en zwarte daken.’ (F. Audenaerde, Ontstaan en groei van de Gentste Maatschappij voor de Huisvesting.’ Onuitgegeven licentiaatsverhandelling RUG, 1983)i

 

i Volkshuisvesting in Gent, Stad Gent, Dienst Monumentenzorg en stadsarcheologie, Informatiecentrum Stadsvernieuwing, 1984

Ruimtelijke context